Over de vereniging
geplaatst op: ma 27 februari 2006 om: 17:44 u.
Onderstaand artikel van de hand van Jaap Riemens verscheen in de En Passant van mei 1996 ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van Schaakvereniging Leiderdorp.
Van koningin tot dame
Jaap Riemens
De voortrekkers
“Geachte vergadering: met een enkel woord wil ik hier nog even in uwe geerde gedachten roepen de belangrijkste gebeurtenissen die in het vorig speelseizoen zijn voorgevallen.” Zo begint het oudste jaarverslag over het eerste levensjaar van de schaakvereniging van Leiderdorp en we hebben het dan over het seizoen 1921/1922. Men zou verwachten dat de belangrijkste gebeurtenis is de oprichting van de club in 1921. Maar dat is niet het geval. Men treurt over het vertrek van de oprichtende secretaris naar Indi. “Een ding had hij evenwel niet moeten doen en dat is de heele paperassenboel uit de prilste jeugd van onze klub mee moeten nemen.. en je kunt er later altijd last mee krijgen als je geboortebewijs zoek is.”
De “officile” oprichtingsdatum, 3 januari 1921, is vele jaren later in 1950 bij het opstellen van de statuten afgeleid van de eerst gehouden jaarvergadering op 3 januari 1922. Nog in 1970 wordt gemeend dat de club in september 1921 is opgericht. Dan grijpt gelukkig een naamloos overgeblevene van het eerste uur (wellicht de heer Splinter) in: tussen de stukken van het 50-jarig jubileum van de vereniging berust een kort briefje: “Oprichtingsvergadering gehouden in gebouw Irene najaar 1920 (juiste datum onbekend). Aanwezig: A. van Klaveren, W. Demmendal, J.M. de Koning, G. de Koning J.M.zn., G. Goedhart, C. van Egmond, A. van Leeuwen.” Laten we het daarop houden.
Het is zeker waar dat de mannen van het eerste uur wat clubtrouw en dienstbetoon betreft voorbeelden waren voor vele latere leden-schakers. De eerste voorzitter was J.M. de Koning. Hij werd al snel (vermoedelijk na enkele maanden) opgevolgd door A. van Klaveren, de eerste clubkampioen, een titel welke hij vaak zou prolongeren. Hij bleef voorzitter tot 1940! En wat te denken van M. Splinter, die vanaf de oprichting secretaris was tot 1940 toen en daarna nog eens van 1949 tot 1969 voorzitter en ook op andere terreinen actief was. Zijn titel van ere-voorzitter is nog steeds een unicum in de clubgeschiedenis. Splinter was voorts mede-oprichter van de Leidse Schaakbond en enkele jaren ook voorzitter daarvan.
In de eregalerij van de voorzitters, De Koning, Van Klaveren, Schoppen, Splinter, Pool, Prevoo, Steffelaar, Grim, Corporaal, Goeman (ons huidige lid van verdienste), Westerhout, De Leeuw, Riemens en de huidige voorzitter Roozendaal huldigen we kortheidshalve alle andere bestuursleden, jeugdleiders of welke benaming aan de dienstbetonende clubleden ook kan worden gegeven en die met hun allen in de loop van de tijd aan vele honderden Leiderdorpers en Leidenaars (ook zij waren en zijn graag geziene en trouwe leden) heel veel schaakgenoegen gaven. Natuurlijk was het niet altijd even gemakkelijk om vacatures te vervullen. Maar soms werd dat op kordate wijze opgelost zoals in 1983: “Als er geen wedstrijdleider te vinden is vervallen de georganiseerde interne wedstrijden..” Inderdaad zonder wedstrijdleiding is een club ten dode opgeschreven. Geralt Serdijn, Eric Ruijssenaars en Teun Timmerman namen achtereenvolgens die taak voor hun rekening. Thans vervult Ad de Waard weer al enkele jaren die belangrijke functie.
Natuurlijk verdient een aparte vermelding Wim Goedhart, al 42 jaar schakend in onze vereniging en vanwege zijn grote verdiensten voor het clubleven de titel van erelid dragend. Een vroeger erelid was R. van der Zwan, die veel werk heeft verricht voor het verenigingsblad van de senioren En Passant, dat alweer zijn zesentwintigste jaargang is ingegaan. Ongeveer even lang bestaat het clubblad van de jeugd. Maar ook niet te vergeten Schoppen, De Geus en het ons vorig jaar ontvallen erelid Piet van der Leek. Zij waren het die als respectievelijk voorzitter, secretaris en penningmeester na de oorlog op 13 september 1945 de draad na vijf jaar stilstand gewoon weer oppakten. Piet van der Leek is meer dan vijftig jaar actief lid geweest, behoorde tot de sterkste spelers en was behalve bestuurslid ook een van de eerste jeugdleiders. Over voortrekkers of steunpilaren gesproken…!
Op die eerste vergadering na de oorlog met achttien aanwezigen (en dat aantal tref je ook nu nog aan op een vergadering…) werd “na uitvoerige bespreking” (en ook dat komt ons bekend voor) de contributie vastgesteld op f 0,75 per maand, hetgeen met een inleggeld van f 1,—voor nieuwe leden en een batig saldo in de kas van f 3,53 een mooi begin voor de penningmeester betekende. Al snel werd de contributie verhoogd tot f 1,—per maand (1946), f 3,50 per maand (1957) en f 4,—per maand en nu verwacht de penningmeester een jaarlijkse betaling van f 135 voor de senioren en f 85 voor de junioren.
Waar het zich afspeelt
En van het contributiebedrag naar het speellokaal is maar een kleine stap gezien de nauwe relatie tussen beide. In 1921 moest elk lid f 2,50 per jaar betalen, maar daarvoor werd dan ook geschaakt in hotel Ramaeker aan de Bruggestraat. Maar “aangezien verschillende leden naar den zin en het inzicht des heren Laman niet genoeg verteren” en dus de zaalhuur moest worden verhoogd, ging men naar het cathechesatielokaal achter de N.H. Kerk. “Ook zijn we daar veel vrijer in ons doen en laten en wordt er niet om 10 uur geroepen ‘t is de hoogste tijd heeren.” Schaken was naast de spanning van de wedstrijd ook toen al gezellig! Overigens werd als argument ook aangevoerd dat “verschillende jonge menschen niet in een caf mogen komen en daarom geen lid van de club kunnen worden.”
Enigszins opmerkelijk is vorenstaande uitspraak als bedacht wordt dat het spreekwoord “jong geleerd oud gedaan” in begintijd niet bepaald een lijfspreuk was van de club. Al snel werd besloten kinderen beneden zestien jaar niet toe te laten en in 1923 werd die grens zelfs verhoogd tot achttien jaar. “De reden waarom ik die leeftijdsgrens gesteld wil zien, komt daarop neer dat wij de kwajongensstreken vermijden … want wij zijn geen oppassers..” aldus een emotioneel betoog uit 1923. Nu, daarin is later wel verandering gekomen, maar daarover straks meer.
Terug naar het speellokaal. De wedstrijden tegen andere clubs (Voorschotensche Schaakclub, Leidsche Volksschaakclub, later Philidor geheten, Leidsche Studentenschaakclub en Leidsch Schaakgenootschap) werden in hotel Ramaeker gespeeld, gepacht door Van den Bosch. Ook na de oorlog speelde men daar nog. Na 1948 speelde en vergaderde men in “Het Wapen van Leiderdorp”. Toen al lonkte men naar het oergezellige Dorpshuis. Maar dat liet lang op zich wachten. Eerst in 1957 was het zover, maar daar verbleef de club dan ook dertig jaar. Met pijn in het hart moest daarvan in 1987 afscheid worden genomen vanwege een veranderde bestemming van het gebouw.
De club verhuis naar het clubgebouw van de plaatselijke muziekvereniging Tamarco aan de Splinterlaan. En op dit moment, mei 1996, is de bouw van een nieuw gebouw van Tamarco al in volle gang en dat op slechts vijftig meter afstand van het oude! Daarin zal ook onze club weer een onderkomen krijgen. De jeugd kreeg na het vertrek uit het Dorpshuis aan de Hoofdstraat een eigen home in school Elckerlyc, maar schaakt nu alweer voor het derde seizoen in gebouw Sjelter aan de Heemraadlaan.
Hoe meer zielen…
De geschiedenis van zo’n vereniging als de onze bestuderend, kom je al snel tot de conclusie dat de aard van de problemen nauwelijks veranderd zijn. En natuurlijk hoort daar de opkomst op de speelavonden en het ledental bij in de zin dat ze weleens zorgen baarden, zoals ook het meest memorabele bedankbriefje: ”... ik laat u weten dat ik er mee kapt met schaken het is niet goed voor mijn hersens met andere woorden het is te ingewikkeld voor mij…” Maar wat een luxe als de secretaris een briefje als volgt ontving: “Hierbij zou ik graag een verzoek tot u willen richten, namelijk of ik soms lid zou kunnen worden van de schaakvereniging ter Leiderdorp? Hoopvol gestemd op uw antwoord verblijf ik…” De afzender zou later een gewaardeerd redacteur van het verenigingblad En Passant worden.
Maar in aanmerking genomen het huidige seniorenledental van dertig, mocht men in de beginperiode met zo’n twintig actieve leden achteraf gezien in het geheel niet klagen. Het ledental groeide langzaam, maar de spectaculaire groei kwam in 1934, een jaar voor Max Euwe van 3 oktober tot 15 december 1935 tegen Aljechin om het wereldkampioenschap schaakte en de titel van hem overnam. In die tijd ging een golf van schaakenthousiasme door Nederland. Schaakclubs werden opgericht, er was veel achtergrondpubliciteit en onze club richtte een “schaakschoolklasse” op, het prille begin van een jeugdafdeling die later zo’n spectaculaire bloei zou meemaken. Schaakvereniging Leiderdorp groeide tot dertig leden en dat aantal zou voorlopig nauwelijks groter worden. Na de oorlog werd in de vijftiger jaren een dieptepunt bereikt van achttien leden, maar door de doorgaande successen van Euwe groeide het aantal seniorleden weer snel tot zo’n dertig.
Het begin van de tachtiger jaren was met veertig seniorleden, een snelle groei van enkele tot eveneens veertig jeugdleden en spelend met drie tientallen in de regionale competitie een bloeiperiode in de geschiedenis van de club. Het 75-jarig jubileum kan worden gevierd met dertig seniorleden en tachtig(!) jeugdleden.
Wie de jeugd heeft…
Andere ledenaantallen moeten dus worden gehanteerd als het gaat om de groei van de jeugdafdeling. Overigens ging eerst de schaakschoolklasse uit 1934 al voor de oorlog ter ziele en stond het jeugdschaak ook later eerst nog op een laag pitje. In 1971, toen de jeugd nog op de speelavond van de senioren speelde, zo van 19 tot 20 uur, werd het jeugduurtje helemaal afgeschaft. Maar inmiddels was er een televisie-schaakcursus gestart en was er zelfs sprake van een toeloop van jeugd. Dit gevoegd bij een verschuiving van de speelavond voor de jeugd naar de woensdag was het begin van een ongekende bloeiperiode van het Leiderdorpse jeugdschaak, een bloei zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin en die tot op heden nog niet tot stilstand lijkt te zijn gekomen. Toch zouden de genoemde factoren niet tot resultaat hebben geleid als er geen jeugdleiders waren geweest met de daarvoor vereiste eigenschappen van idealisme, enthousiasme en kennis. Ook hierbij moeten namen genoemd worden en in hen worden dan kortheidshalve alle helpers mede gehuldigd.
Zo werd met de benoeming in 1974 van de enthousiaste Ton Rijnsburger als jeugdsecretaris, al een stap in de goede richting gezet. In 1981 nam Sjoerd van Ketel de supervisie van het jeugdschaak over. Zijn nimmer aflatende inzet en dat gedurende meer dan tien jaar leidde er niet alleen toe dat de jeugdafdeling tot een ledenaantal van vijftig groeide maar zij kreeg ook landelijk bekendheid door de successen zowel in teamverband als individueel. Van die successen getuigen bijvoorbeeld het jeugdteam t/m 12 jaar dat in 1983 kampioen van Nederland werd en Edwin van Haastert, Linda Jap Tjoen San en Adinda Koster, in hun klassen ook ooit Nederlands kampioen en nog steeds landelijk bekend en dus sterk schakend.
In 1990 nam Roald Vahl het roer over. Onder zijn supervisie en door zijn even grote als enthousiaste inzet, waarbij zijn assistent-jeugdleiders Ad de Waard en Ab Houwaart zeker niet ongenoemd mogen worden gelaten, bleef de Leiderdorpse jeugd toestromen naar het huidige speellokaal Sjelter. Thans behoort de jeugdafdeling met meer dan tachtig leden tot de grootste van het land. En wie weet komen ook daar weer grootmeesters uit voort.
De bond
In de beginperiode van de club waren de regionale schaakbonden zelfstandig en geen onderdeel van de nationale bond, de Nederlandsche Schaakbond. Die bond dateerde al uit 1873. In 1926 werd Leiderdorp aangemeld als lid van de nationale bond. De club werd meteen kampioen in de derde klasse. De betrekkelijk hoge klassering bracht ons samen met Haagse en Rotterdamse clubs, waardoor een voor die dagen onoplosbaar reisprobleem dreigde te ontstaan. Bij de oprichting in 1928 van “Schaakbond voor Leiden en Omstreken” (in 1938 gewijzigd in het zoveel prozascher Leidse Schaakbond of LSB) traden we tot die bond toe en zegden het lidmaatschap van de nationale bond op. Voor opnieuw aansluiting op die laatstgenoemde bond moest alweer Euwe er aan te pas komen, dus dat werd in 1936!
Ook in de LSB was Leiderdorp vertegenwoordigd. Behalve ons oud-lid Verbiest maakten de heren Splinter en Karstens deel uit van het LSB-bestuur. In latere jaren was dat Binnendijk en oud-voorzitter Grim. In de jeugdcommissie van de bond zijn wij vertegenwoordigd geweest door de heren Rijnsburger en Van Ketel en thans door Ab Houwaart. Piet Selier, gekandideerd door de schaakclub Philidor, werd achtereenvolgens wedstrijdleider en voorzitter van de LSB. Inmiddels is hij al jarenlang lid van onze vereniging en zit hij vaak aan het eerste bord van het eerste achttal, zoals dat ook geldt voor degenen die clubkampioen waren of zijn.
Met de oprichting van de LSB ontstond een meer formele regionale competitie. De resultaten zijn wat de seniorenteams betreft altijd bescheiden gebleven. Maar zo af en toe klinken er juichtonen op. Zoals bij het eerste lustrum: ”..de eerste plaats bezet in de 2e klasse B en behalve een diploma ook een prijs van f 15 is behaald.. voorwaar een schoon resultaat van het diepe, diepzinnige nadenken der verschillende leden…” In die periode kwam de verplichting met klokken te gaan spelen: “We zullen dus wel enkele van die instrumenten moeten aanschaffen..”
Maar ook in dit jubileumjaar mag niet worden geklaagd over de resultaten in de bondscompetitie met een eerste achttal dat hoog in de 1e klasse van de LSB zal eindigen en een tweede in de middenmoot van de 2e klasse. Door een reorganisatie van de LSB-competitie zullen de teams het volgend seizoen uitkomen in respectievelijk de 2e en 3e klasse.
Ups en downs wisselden elkaar af. Ups waren in elk geval de promoties in de loop van de tijd naar de 1e klasse en zelfs naar de Promotieklasse. Helaas zat promotie naar de landelijke competitie er niet in, hoewel er in de loop van de tijd behoorlijke prestaties zijn geleverd, zowel in teamverband als individueel.
De leden
Zij zijn het, de leden, die de geschiedenis van de club hebben geschreven en nog schrijven. Maar iedereen, zo ook uw geschiedschrijver, heeft zijn eigen specifieke herinneringen. Wat de individuele prestaties betreft valt in elk geval te denken aan jaarlijkse clubkampioenen (de huidige leden Goeman, Timmerman en De Jeu kennen de verwachtingen die een dergelijke titel schept), aan de winnaars van de jaarlijkse bekerwedstrijden of aan die van de vroegere open Leiderdorpse kampioenschappen. En niet te vergeten de prestaties van erelid Wim Goedhart die in 1969 in een V&D-simultaanwedstrijd de legendarische grootmeester Donner versloeg en een jaar later een overeenkomstige prestatie leverde tegen Zuidema.
Weer teruggaande in de tijd komen we W.G. Demmendal tegen vanaf het begin lid. Hij heeft voor onze club vele punten in de wacht gesleept, was winnaar van het vroegere Rijnmondtoernooi waaraan de sterkste regionale schakers meededen en was wellicht de sterkste schaker die de club ooit onder haar leden telde. Demmendal was van beroep veehouder en woonde op de Achthovenerweg. Bij uitwedstrijden zocht hij in het speellokaal soms eerst een piano op, speelde daarop een voortreffelijk stukje muziek om vervolgens een voortreffelijk stukje te spelen op het bord. Ondertussen had zijn onafscheidelijke sigaret een aslengte van twee centimeter bereikt. Na zijn overlijden in 1973 werd deze markante figuur in veel landelijke dagbladen en natuurlijk in het landelijk schaakblad herdacht.
Maar onze club telde meer schakers van formaat. Vaak kon je ze later tegenkomen in andere verenigingen. Zoals Geralt Serdijn, voortkomend uit de jeugdafdeling, al snel bij de seniorenafdeling clubkampioen (en dat zelfs meermalen) en thans tot de sterkste schakers van een grote Leidse club behorend. Overigens voorziet hij het clubblad En Passant nog vaak van even leerzame als onderhoudende bijdragen. Maar ze worden niet allen zo bekend als grootmeester Jeroen Piket, Nederlands sterkste schaker en hoog op de wereldranglijst, of zijn broer Marcel Piket in het sterkste team van Nederland spelend. Beiden verlieten onze club in 1980.
Maar voor een ieder, ook voor diegenen die onderaan de ranglijst bengelden was er vroeger het plezier van de jaarlijkse gongwedstrijden (bij elke gongslag een zet…) en dan blijkt schaken naast spannend en gezellig ook nog eens zenuwslopend te zijn. Sommigen zullen zich nog de beminnelijke Roel Marbus herinneren (destijds aan de Hoofdstraat wonend) als voorbeeld van clubtrouw maar vooral een voorbeeld van sportiviteit. Hij werd lid in 1947 en bleef dat bijna veertig jaar. Bij anderen komt kapper De Jong in gedachten met zijn (zeker niet ongewone) dilemma van schaken of bridge. Hij koos na jarenlang trouw en sterk schaken voor het bridge en was daar al even goed in. Maar omdat ook het schaakbloed kruipt waar het niet gaan kan, richtte hij enkele jaren geleden de seniorenschaakclub Brittenstein op, welke club op onze toernooiavond een zeer gewaardeerde gast is.
Bij de herinneringen past ook de toetreding destijds van Mevrouw Kuyt (want zo spraken we haar aan in die tijd zoals we het ook steevast hadden over rector J.C. de Groot, meermalen clubkampioen). De komst van een vrouw als schakend lid werd hooglijk gewaardeerd. Later werd ze secretaris en hoe ze dat werd is een gouden tip bij vacature-problemen: “Van de afwezigheid van Mevrouw Kuyt wordt gebruik gemaakt haar tot secretaris te benoemen..” (1968).
Maar jammer genoeg bleef versterking van het vrouwelijk element afwezig, overigens een niet onbekend verschijnsel in de schaakwereld. Gelukkig is Rhea Houwaart (meisjeskampioen van de LSB) “doorgestroomd” van de jeugdafdeling naar de seniorenafdeling tezamen met David de Bruijn en Paul Hooijmans. Die doorstroming symboliseert niet alleen de noodzakelijke integratie van jeugd en ouderen, maar is ook feitelijk een grote aanwinst. Door hun prestaties (op de bovenste helft van de ranglijst) bewijzen deze jeugdige senioren dat als er n sport is waar leeftijd nauwelijks een rol speelt, het wel de schaaksport is.
De verjaardag
Het is alweer enige tijd geleden dat club een verjaardag vierde. Het belangrijkste feest tot nu toe was het 50-jarig bestaan in 1971. Fotowedstrijden, simultaanwedstrijden met ondermeer grootmeester Ivkov (Goeman en Selier remise!), een receptie en een grote feestavond waren de ingredinten. Het was ook het jaar waarin het huidige Keizersysteem voor de interne competitie werd gentroduceerd, waarbij eenieder als hij komt zeker is dat hij kan spelen en dat ook nog op zijn eigen niveau. De 75-ste verjaardag wordt op zaterdag 11 mei 1996 gevierd met een toernooi van de voorzitters van LSB-clubs, een vierkampentoernooi voor de leden en andere clubs en natuurlijk zal een receptie op die dag ook op het programma staan. Maar belangrijker is dat 75-jarige niets van zijn vitaliteit heeft verloren. Integendeel: Schaakvereniging Leiderdorp lijkt aan zijn tweede jeugd te zijn begonnen met 130 oudere en jongere leden, met een eerste schaakteam dat weer ouderwets sterk speelt en volgend jaar in de tweede klasse een belangrijke rol zal spelen, een tweede team dat straks in de derde klasse ook zijn mannetje zal staan, met een goede opkomst op de clubavonden (straks in een nieuw speellokaal) en niet te vergeten met een jeugdafdeling die er gemeten naar kwantiteit en kwaliteit zijn mag!
Natuurlijk mag de actieve leiding van de vereniging hier niet ongenoemd blijven. Het jarenlange trouw zijn aan hun functie heeft een grote positieve invloed op het clubleven en waarborgt de noodzakelijke continuteit. En voorts gezien hun inzet zal het duidelijk zijn dat Ruud Roozendaal (voorzitter), Tony van Dijk (secretaris), Lodewijk Bolt (penningmeester), Ad de Waard (wedstrijdleider), Roald Vahl (jeugdleider) en Jan Willem Schute (materiaalbeheerder) waardige opvolgers zijn van A. van Klaveren, M. Splinter en al die andere voorgangers.
Proficiat
Van koningin tot dame, van raadsheer tot loper, van kasteel tot toren: namen veranderen in de loop van de tijd maar het eeuwenoude schaakspel blijft er niet minder gezellig en (ont)spannnend om, zeker niet als dit clubverband wordt beoefend zoals dat bij Schaakvereniging Leiderdorp al 75 jaar het geval is.
Deze verre van volledig terugblik toont ons niet alleen de levensvatbaarheid aan van een schaakclub als die in Leiderdorp maar ook de maatschappelijke waarde daarvan.
Maar hoe kan dat ook anders met zo’n spel. Daarom: proficiat.
(Met dank aan Ruud Roozendaal voor zijn waardevolle aanvullingen).
En daarna
Na dat dit volledige stuk is geschreven zijn er al weer tien jaar verstreken. de club bestaat in 2006 al weer 85 jaar! Voor de volledigheid staat hieronder nog een kort overzicht van belangrijke gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar.
SV Leiderdorp is sinds 1996 steeds meer een jeugdvereniging geworden. Het aantal jeugdleden liep de afgelopen jaren gestaag op tot ongeveer 100 jeugdleden op dit moment! Het aantal seniorleden bleef echter redelijk stabiel. Momenteel een kleine dertig. De schaakvereniging slaagt er echter steeds beter in om de oudere jeugd vast te houden. Hierdoor hoopt de club op termijn ook weer meer senioren te krijgen.
De jeugdafdeling van SV Leiderdorp is een van de grootste van Nederland. Afhankelijk van het meetmoment zelfs de grootste schaakvereniging van het land. Ook kwa prestaties weet de vereniging zich op de Nederlandse kaart te zetten. De afgelopen jaren zijn verschillende nationale titels behaald. Dit gebeurde zowel individueel als in teamverband. De club is dan ook bijzonder trots op de jeugdafdeling!
Bij de senioren zijn de successen iets gematigder, alhoewel ook hier bijzondere prestaties zijn geleverd. In 1996 speelde er slechts twee externe teams mee in de LSB-competitie. Het eerste team speelde in de tweede klasse en het tweede team in de derde klasse. In de jaren daarna wist het eerste team drie maal te promoveren en het tweede team tweemaal. Het eerste achttal van de club heeft door de promoties een tijdje in de landelijke competitie gespeeld! Met als hoogste resultaat een goede vierde plek. Helaas is het eerste in het seizoen 2002/2003 gedegradeerd. Afgelopen seizoen wist het vernieuwde eerste team (met voornamelijk jeugdige spelers) weer te promoveren naar de landelijke competitie. SV Leiderdorp heeft een tijdje met zeven externe teams gespeeld, momenteel is dit weer teruggelopen naar vijf.
De seniorenafdeling heeft de afgelopen vijf jaar twee grote veranderingen meegemaakt. Ten eerste is er veel oudere jeugd bijgekomen, waardoor ongeveer de helft van de seniorleden beneden de achttien is. Daarnaast heeft de seniorenafdeling nieuw speelmateriaal gekregen. In 2001 is de seniorenafdeling overgestapt op digitale klokken. Dit hield in dat het karakteristieke getik van de schaakklok verdween. In 2004 volgde de aanschaf van nieuw speelmateriaal. Het oude materiaal bleek al meer dan 35 jaar geleden gekocht te zijn en functioneerde nog steeds. Hopelijk gaat het nieuwe materiaal net zolang mee.
Voor de nabije toekomst hoopt de club een nieuwe locatie te vinden. Deze locatie moet dan onderdak gaan bieden aan zowel de jeugdafdeling als de senioren afdeling. Hopelijk mogen we dit spoedig meemaken.
Paul Hooijmans
